Code 95 en richtlijnen rijbewijs aangepast

‹ Terug naar overzicht

Een voorstel van de Europese Commissie voor het aanpassen van richtlijn 2003/59/EC is afgelopen dinsdag aangenomen door het Europees Parlement. De wijzigingen richten zich vooral op de rijopleiding, maar ook op de Code 95-trainingen. De nadruk ligt onder andere op veiligheid en duurzaamheid.

Aandacht voor acceptatie scholing in Europa

Website TTM meldt dat naast veiligheid en duurzaamheid in de aanpassingen ook aandacht wordt besteed aan de regels omtrent de leeftijd van beroepschauffeurs en de overige Europese regels voor het hebben van een rijbewijs. Daarnaast moeten opleidingen en nascholing meer tussen verschillende lidstaten worden geaccepteerd. Het Europees Parlement wil daarom een elektronisch systeem waarmee in heel Europa makkelijk kan worden gecheckt of iemand de juiste opleiding of nascholing heeft gevolgd.

Wanneer de nieuwe richtlijnen van kracht worden hangt nog af van de formele goedkeuring van de Raad. Deze wordt in juni 2018 verwacht.

TLN flink gelobbyd voor aanpassing

Brancheorganisatie TLN zegt zich flink bemoeid te hebben met de wijzingen om het besluit voor de Nederlandse sector zo gunstig mogelijk uit te laten vallen. TLN benoemt een aantal belangrijke punten uit het akkoord:

  1. Per nascholingsperiode (van 5 jaar) dient er minstens een training te worden gevolgd met een verkeersveiligheidsthema. Speciale nadruk ligt er ook op een ‘rationeel brandstofverbruik’ (art. 7)
  2. Herhaling van hetzelfde onderwerp binnen dezelfde cyclus is niet meer toegestaan (art. 7). De bijlage bij de richtlijn vermeldt dat er diverse onderwerpen aan bod moeten komen in de 35 uur nascholing. Een herhalingsopleiding is wel toegestaan indien blijkt dat de chauffeur een specifiek corrigerende opleiding nodig heeft
  3. Bij de keuze van de onderwerpen voor nascholing wordt rekening gehouden met de specifieke behoeften van het door de bestuurder uitgevoerde vervoer en de ontwikkelingen op het gebied van geldende regelgeving en technologie (art. 7)
  4. De minimumleeftijd voor een chauffeur beroepsgoederenvervoer blijft 18 jaar. Er is aansluiting gezocht bij de Europese richtlijn 2006/126 (rijbewijs)
  5. Code 95 wordt vermeld op het rijbewijs. Als dat niet kan, wordt door de lidstaat een ‘kwalificatiekaart bestuurder’ uitgereikt, waarop de Code 95 vermeld staat. Lidstaten erkennen deze kwalificatiekaarten onderling, de bevoegde autoriteiten controleren of het rijbewijsnummer dat vermeld staat op de kaart inderdaad geldig is. Een chauffeur verkrijgt de kwalificatiekaart nadat hij heeft aangetoond dat de vereiste 35 uur nascholing is gevolgd. In Nederland blijft de verklaring van nascholing gelden. Deze wijziging heeft alleen gevolgen voor chauffeurs met een niet-Nederlands rijbewijs. Hoe die Nederlandse praktijk er voor hen uit gaat zien, is zo kort na het besluit nog niet duidelijk. TLN en het ministerie van IenW zijn hierover met elkaar in gesprek
  6. Wederzijdse erkenning tussen lidstaten van Code 95-trainingsdagen vindt de EC erg belangrijk. Dat zou volgens TLN alleen mogelijk moeten zijn als er ook een adequate handhaving bij wordt georganiseerd. TLN heeft daarom gepleit voor een verbinding met RESPER, om fraude met Code 95 tegen te gaan. Dit is in de Richtlijn Rijbewijzen (2006/126) in artikel 15 gehonoreerd
  7. Het niveau voor initiële vakbekwaamheid en nascholing is door het EP vastgesteld op ten minste MBO2-niveau
  8. ADR is in de Code 95-nascholingscatalogus opgenomen. Maar omdat er bij het Europees Parlement een sterke wens leeft om geen herhalingscursussen binnen dezelfde nascholingscyclus toe te staan, had TLN bedenkingen bij dit succes. De aanhouder wint soms in een lobbytraject: TLN’s argument dat een ADR-cursus van 14 uur toch gewoon voor al die uren mag worden meegeteld, heeft navolging gevonden
  9. TLN heeft een aantal jaren geleden al gezorgd dat er vrijstelling wordt verleend aan chauffeurs die zonder code 95 op het rijbewijs vrijwilligerswerk verrichten, waarbij gebruik wordt gemaakt van een vrachtwagen, ten behoeve van liefdadigheidsinstellingen en non-profitorganisaties. Ook deze vrijstelling is in de nieuwe richtlijn opgenomen (art. 2 lid f)

 

(Bron: TTM, TLN)